Hier zijn de verslagen van 2023
Verslag van de avond van 26 januari: Peacock Audio
Soundbar voor een beter geluid van de tv?
Verslag van de avond van 23 februari Menno van der Veen
Verslag van de avond van 30 maart Temporal Coherence
Verslag van de avond van 20 april SoundImports
Verslag van de avond van 25 mei Big Boys Audio Toys
Verslag van de avond van 29 juni: SERVI Q
Verslag 31 augustus: Erwin van den Berg samen met leden van de AVMN
Verslag van de avond van 28 september: George Stolk
Verslag van de avond van 26 oktober: Arie Kant, Kees Bongers en Hans van Eijsden
Verslag van de avond van 30 november: Metrum Acoustics
Verslag van de avond van avond van 14 december: SoundImports
Deze avond was Antoine Pouwels van www.peacockaudio.nl te gast.
Antoine was al eerder te gast bij ons in december 2015.
Verbeteren van de stroomvoorziening
Audio gaat verder dan het samenstellen van een set om bv. een cd-tje in de cd-speler leggen en daarna een nummer kiezen. De kwaliteit van de 230 V uit het lichtnet speelt ook een rol. Voor Antoine de reden om voor ons hierover een avond te organiseren. Hij biedt als een van de weinigen in Nederland de mogelijkheid om verschillende soorten stroomkabels te beluisteren vanaf de stoppenkast. En hij gaat zelfs verder dat alleen dat.
Laten we beginnen bij waar de stroom een woning binnenkomt en dat is hoofdstroomkabel in de meterkast. De stroomvoorziening in een woning moet zijn gezekerd en daar begint het venijn. Afhankelijk van de leeftijd van het huis (of verbouwing) beschik je over 16 ampère smeltzekeringen (en zij hebben geluk!) of aardlekschakelaars waar de stroom doorheen gaat. En als je het niet gehoord hebt kun je nauwelijks geloven dat ook die de kwaliteit van de muziek beïnvloeden. Antoine nam ons mee naar dit eerste o zo belangrijke begin. Ook de veronderstelling ’ja maar dat apparaat zit niet in de signaalweg ’ kwam op de avond aan de orde.
Voor deze avond stelde Ben Geerligs zijn set beschikbaar en Antoine.
Ieder bedrag dat wordt besteed aan de stroom de stereo ingaat is wat betreft prijs makkelijk te overtreffen door verbeteringen in een set aldus Antoine. Audio is nl. erg gevoelig voor netvervuiling. En die begint al bij de keuze van de fase in de meterkast. Met een mains noise detector (een apparaat dat de hoog en laag frequente lichtnetvervuiling hoorbaar en ook meetbaar maakt) kan worden bepaald welke fase van de drie in de hoofdzakelaar het minst verontreinigd is; onder de voorwaarde natuurlijk dat je in je woning beschikt over drie fasen. De mains noise detector produceert een lager/stiller geluid als de netvervuiling geringer is. Voorbeelden van meters zijn te vinden op https://www.ebay.com/itm/125086702824 . Houd bij de metingen rekening met het tijdstip. Gedurende kantooruren (of stroom producerende zonnepaneeluren!) kan de vervuiling beduidend hoger zijn, dan ’s avonds of in het weekend. Herhaal de metingen vervolgens ook met alles wat er in huis op de groep staat. Een aparte groep is het mooiste. Bij een enkele fase als hoofdstroomvoorziening in een woning is er natuurlijk geen keuze.
De slimme meters van energieleveranciers geven een hoogfrequent signaal af (om de meterstanden door te geven of te communiceren met andere apparaten), dat direct instraalt op de meterkast. Het laten uitzetten (door energieleverancier) van deze hf bron reduceert een bron van vervuiling. Dat houdt wel in dat je weer ouderwets je meterstanden moet doorgeven ieder jaar. Dit is waarschijnlijk niet mogelijk bij variabele tarieven.
Er zijn speciale stickers die met behulp chips om de ‘scherpe randjes’ van hoogfrequent straling af weten te halen en dat heeft een gunstig effect hebben op het geluid. Luisteren om er daardwerkelijk een hoorbaar verschil is, is noodzakelijk! Pas de hoogfrequente variant van de sticker toe op de slimme meter en de laagfrequente op de zekering. Doe dit even met z’n tweetjes. De een luistert, de ander verplaatst de sticker: een leuke ‘blindtest’ 😉 Als je het niet hoort, dan de sticker een klein stukje verplaatsen. Hoor je geen verschil? Laat de sticker een week zitten en haal die dan weg. Geen verschil? Dan is de conclusie: niet toepassen!
In een meterkast is het interessant om de hoofdschakelaar van 40 A te vervangen door een zwaarder exemplaar van bv. 125 A. Omdat in deze alles zwaarder is uitgevoerd, zijn contactoppervlakken groter en is de klemkracht groter. Dit resulteert in minder overgangsweerstand en zo meer dynamiek in de muziekweergave.
De aardlekschakelaar of smeltzekering is de volgende stap. Ook hiervoor bestaan er audiofiele oplossingen (voor een impressie zie foto 2). Voor de technische mensen bestaat er een mogelijkheid om een aardlekschakelaar onder bepaalde voorwaarden te omzeilen: NB. neem voor meer informatie eerst contact op met Antoine. Als er geen aardlekschakkelaar is, dan gaat om een audiofiele zekeringhouder. Ook hier zijn er verschillende uitvoeringen beschikbaar. Om al deze verschillen te kunnen beluisteren heeft Antoine maar liefst 10 verschillende audiogroepen tot zijn beschikking.
Vervolgens kun je verschillende kabels kiezen tussen de aardlekschakelaar/smeltzekering tot aan het stopcontact. Deze stap heeft ook een grote invloed. Vervolgens is de wandcontactdoos aan de beurt. Ook hier zijn verschillende audiofiele mogelijkheden variërend van de gewone wandcontactdoos tot een audiovariant, die een stekker klemt.

Foto: Een voorbeeld met onder meer audiofiele aardlekschakelaars en stopcontacten.
Hoe kan een andere stroomkabel, eventueel in combinatie met een netfilter, klinken?
Op de avond waren er drie verschillende (instap) kabels (van 10 meter) en die we gingen beluisteren van ongeveer 10 tot 50 Euro per meter. Hiervoor luisterden we naar:
Keith Don’t Go van Nils Lofgren
The Four Seasons: De Lente van Vivaldi door Simon Standage (viool), the English Concert & Trevor Pinnock
Als eerste werd de Belden kabel van 10 Euro/m gebruikt en vergeleken met een standaard stroomkabel (9,50 Euro in totaal). Bij The Four Seasons was er meer lucht rondom de instrumenten en het hoog klonk anders. Aanzetten en uitsterven waw fraaier en makkelijker waar te nemen. Ook was meer dynamiek, rust en geen fel hoog. Niet iedereen hoorde de verschillen. Zij die het wel hoorden ervaarden de verschillen als behoorlijk groot. Wanneer een standaardkabel van 10 meter was aangesloten, viel deze mensen bij het nummer Keith Don’t Go op dat er minder informatie was. Het klonk vlakker.
Vervolgens werd de Belden kabel (10 Euro/m) vergeleken met de Gigawatt kabel (39 Euro/m). Bij het nummer Keith Don’t Go veel op dat het beter klonk: meer microdetails, publiek wat fluistert in de zaal is beter verstaanbaar.
Van Vivaldi met naar een duurdere kabel van 49 Euro/m: er was minder kleuring, maar vorige de Gigawatt kabel klonk wat ronder en harmonieuzer; de meningen waren verdeeld. Bij de duurdere kabel leken de muziekinstrumenten losser van elkaar te staan en was het minder rommelig in het midlaag. Het laag was genuanceerder. De verschillen waren duidelijk kleiner aan het worden. Maar ook: Het samenspel van de muzikanten was op de duurdere kabel mooier.
Vervolgens liet Antoine ons de Gigawatt kabel hornen met dezelfde muziek van Vivaldi. Het geheel klonk minder mooi volgens een deel van de leden. En daarna gingen we terug naar de Belden kabel met Vivaldi; het laag was modderig en daardoor minder gedetailleerd, het klonk vlakkeren scherper.
Tot nu toe hadden we geluisterd naar een niet gefilterd stekkerblok. Met de mains noise detector meten we het stekkerblok en zien een waarde van 476. Het gefilterde stekkerblok leidde tot een meetwaarde 0 (!). De vraag was wat is de invloed van dit gefilterde stekkerblok. Dit was moeilijker te horen. Slechts enkele leden merken op dat dit beter was, omdat er meer dynamiek was en de instrumenten waren herkenbaar. Maar ook was de reactie dat het geluid niet meer los van de speakers of dat er geen verschil hoorbaar was. In het algemeen ging de voorkeur gaat uit naar de ongefilterde versie. De waarde uit de mains noise detector was duidelijk geen absolute maatstaf voor wat we hoorden, maar kan dienen als indicatie.
Tot slot luisterden we naar de standaard stroomkabel (9,5 Euro voor 10 m) met het netfilter in het stekkerblok en zonder. De voorkeur ging hiervoor uit naar de ongefilterde variant. Het was opvallend wat het verschil toen was bij gebruik van een standaardkabel of een audiofiele stroomkabel.
Marcel Hermans
Soundbar voor een beter geluid van de tv?
De gemiddelde tv heeft een bedroevend slechte geluidskwaliteit. De detailhandel speelt hierop in met dure soundbars, die al gauw de prijs van de tv benaderen. Betere en goedkopere oplossingen zijn er wel, maar die worden niet aangereikt. Daarom ging ik op zoek naar een draadloze koppeling naar mijn stereo-installatie. Ik wilde geen galvanische koppeling hebben en zo kan ik voorkomen dat extra RF storingen binnengehaald worden.
Ik vond vele bluetooth oplossingen, maar vrijwel allemaal met ingebouwde ad- en da-conversie: de kwaliteit laat zich makkelijk raden…Toen vond ik de IMPERIAL BART Mini bluetooth 5.0 oplossing met een optische ingang en uitgang (zie foto 1). Na aankoop bij www.reichelt.nl voor iets meer dan 50 Euro per stuk, kreeg ik ze een paar dagen later in huis. Een uurtje later was de verbinding operationeel. Het geluid bleek verbluffend goed.
Mijn KPN tv-ontvanger heeft een optische uitgang en staat 24/7 aan. Aan de ontvangstzijde wordt de IMPERIAL BART Mini als ontvanger op de optische ingang van mijn DAC aangesloten. Deze IMPERIAL BART Mini wordt opgeladen via een USB-uitgang van de mini-PC waar mijn streaming software op draait en die bij mij 24/7 aan staat. De bluetooth verbinding moet worden herstart na een uitval van de lichtnetspanning
Maar er zijn ook een paar aandachtspuntjes:
- de volumeregeling op de IMPERIAL BART Mini moet (eenmalig) maximaal gezet worden.
- volumeregeling moet op de stereo-installatie worden gedaan
– luidsprekers moeten eigenlijk aan weerszijde van de tv staan
– als het geluid getapt wordt van de KPN-ontvanger, dan is er een zodanig looptijdverschil met het tv-geluid, dat deze op mute gezet moet worden. (De tuning van de looptijdvertraging van mijn tv kan het niet aan)
– als het geluid van een Samsung tv (zoals bij mijn zwager) getapt wordt, dan is er geen looptijdverschil. Het tv-geluid hoeft niet te worden afgezet. Dan is de oplossing gebruikersvriendelijker.
– de IMPERIAL BART heeft wel een analoge ingang en uitgang, maar die zullen, denk ik, een ad- en da-conversie hebben.
Wil je meer weten, bezoek dan de website Reichelt.nl of www.telestar.de.
Een paar keer in de week beleef ik veel plezier aan de IMPERIAL BART Mini.
Heb je nog vragen, dan wil ik proberen die te beantwoorden. Ter info het volgende: technische specificaties van de IMPERIAL BART Mini heb ik niet kunnen vinden.
Ben Geerligs
Verslag van de avond van 23 februari Menno van der Veen
Op de avond in februari was Menno van der Veen onze gast. En wie misschien denkt dat Menno het rustig aan doet, heeft het mis.
Roeland van de AVMN had in eerste instantie Jacques van Eijk en Erwin Reins gevraagd om hun zelfgebouwde versterkers te komen demonstreren. Beiden zijn studenten van de Tube Society, die onder leiding staat van Menno van der Veen. Het bouwen van beide versterkers was door hen beiden gedaan onder de begeleiding van Menno van der Veen.
Een introductie van de eindversterkers – welk verschil in het ontwerp van een versterker doet ertoe?

Foto: De Trans-PP80 eindversterker (rechts) en de PP80 eindversterker (links).
Jacques van Eijk heeft de PP80 eindversterker gemaakt, die door Menno was ontwikkeld. De Trans-PP80 eindversterker, ook ontwikkeld door Menno, was gebouwd door Erwin Reins (zie foto 2 voor de set op de avond).
Overige apparatuur: Tentlabs cd-speler, VanderVeen SVV-14 voorversterker en Tannoy Reveal luidsprekers
Voordat de verschillen in de bouw van de eindversterkers aan bod kwamen, ging Menno eerst in op zijn ervaring met vervorming van versterkers en welk effect dat kan hebben op onze beleving van muziek.
In de loop der jaren is het Menno opgevallen dat naar mate een versterker minder vervorming heeft er iets onverwachts gebeurt in onze waarneming van muziek. En dit valt met name op wanneer een ontwerper van een versterker streeft naar de minste vervorming. Dit kan bij bv. klasse D versterkers het geval zijn. Menno vindt dat hoe schoner de versterker wordt, hoe ‘doodser’ de versterker klinkt. De eerst gedachte die vervolgens bij de leden mogelijk opkomt is, ‘Ja, maar Menno is een buizenman en verkoopt buizenversterkers’. Maar het is echt nodig om eerst naar de bevindingen van Menno te luisteren en pas daarna je oordeel te vormen. ‘En ja, klasse D versterkers kunnen goed klinken en geven weer wat ze moeten doen, en toch…krijgt Menno weinig ruimtelijke informatie binnen.’ En dit is hem al heel lang bekend. Alle reden dus voor Menno om zijn onderzoek te richten op de ruimtelijke informatie bij het luisteren naar muziek. Menno viel ook op dat bv. zijn vrouw van mening is dat een klasse D versterker met heel weinig vervorming beter uitgezet kan worden.’ Ook zij legt de vinger op de ‘zere plek’. De vraag is dus wat over het hoofd wordt gezien bij klasse D versterkers of andere versterkers met zeer lage vervormingscijfers.
Na deze toelichting ging Menno weer verder over de klankmatige verschillen tussen de eindversterkers van Jacques en die van Erwin. Die verschillen zijn voor Menno de aanleiding om zijn laatste bevindingen met ons te delen. Hij benadrukte dat hij dankzij het werk van Jacques en Erwin zijn onderzoek kunnen heeft doen. De versterkers gingen we uiteraard ook beluisteren. Voordat we dat deden gaf Menno ons meer informatie over het ontwerp van de beide eindversterkers.
Beide eindversterkers zijn volgens het hybride-principe gebouwd. De volgende link geeft hierover meer informatie: https://www.mennovanderveen.nl/index.php/nl/tubesociety/projecten-tubesociety/13-tubesociety/projecten-tubesociety/180-tubesociety-2019-project-pp80-versterker-en-andere-avonturen. In zijn presentatie lichtte Menno de verschillen tussen de versterkers toe. Het is belangrijk om te melden dat dit type versterker alleen kan worden gebouwd door gebruik te maken van lekvrije ringkerntrafo’s. Menno meldde ook dat je tegenkoppeling niet moet toepassen over de uitgang van uitgangstrafo’s.
Jacques heeft de (Fig8) versterker gebouwd met grotere tegenkoppeling en Erwin de versterker met Trans tegenkoppeling. Het belangrijkste verschil tussen de Trans met de KT120 eindbuizen en bij de ‘Fig8’ hybride K150 eindbuizen is dat er bij de Trans alleen tegenkoppeling is over de eindbuis en bij de Fig8 hybride is de tegenkoppeling over de driver én de eindbuis. Die laatste versterker heeft daardoor meer een FET-karakter. Menno benadrukte dat het doormeten van beide versterkers laat zien dat beide versterkers goede specificaties hebben. De vraag is natuurlijk hoe klinken ze? Dat zouden we op de avond ook zelf gaan ontdekken. We beluisterden hiervoor twee muziekstukken die door Menno waren geselecteerd.
Welke verschillen hoorden we tussen de eindversterkers?
Bij het nummer Sarah was Ninety Years Old van Arvo Pärt vroeg Menno ons te letten op het uitsterven van de paukslag in de muziek terwijl er alweer een nieuwe paukslag overheen gaat. Een aantal luisteraars gaf de voorkeur aan Jacques’ versterker, maar meer mensen kozen voor de Trans. De vraag was wie het verschil uitsterven goed heeft kunnen horen? Het antwoord bleek op de avond toch niet zo eenvoudig te zijn. Ik hoorde in de zaal geen verschil in uitsterftijd. Mijn voorkeur ging wel naar de Trans, qua geluid.
NB. De veronderstelling van Menno is, is dat de vervorming van de Trans-versterker ervoor zorgt dat we de galm langer horen. Deze geringe mate van vervorming triggert namelijk je waarneming. De Trans-eindversterker vult de ruimte meer dan de Fig8-eindversterker die meer een FET karakter heeft.
Vervolgens luisterden we naar Eva Cassidy met Ain’t No Sunshine. We begonnen met de Trans. Nu lag de voorkeur wat meer bij de Fig8 versterker met FET-karakter met 9 voorkeur stemmen, dan de Trans. NB. dit is een bekend verschijnsel bij AB-testen. De tweede versterker heeft vaak de voorkeur. Ik kon thuis de opname meteen met elkaar vergelijken. De Fig 8 versterker klonk een beetje geknepen en met een iets andere afstemming. Menno’s verklaring is dat ons gehoor door de vervorming van een buizenversterker wordt getriggerd om beter waar te nemen, dit in vergelijking met een versterker met een lagere vervorming.
Op de Trans-eindversterker luisterden we naar Singing in the Rain van een Fritz de With cd en dat nummer hoorden we ook op de Fig8 eindversterker met een FET-karakter. Vervolgens luisterden we naar Ahmad Shamlu met Ma Kheyle Na Omidayeem op de Fig8 eindversterker en daarna op de Trans-eindversterker. We sloten de vergelijking tussen beide eindversterkers af door te luisteren naar Amy Dickson (sopraan saxofoon) en het Royal Philharmonic Orchestra & Mike Toms met Concerto for Violin and Orchestra I Crotchet = 104 van Philip Glass, gevolgd door een live uitvoering uit 1990 van het nummer Saint James Infirmary. Het viel op dat de Trans mooier klonk dan de Fig8 met een FET-karakter.
Marcel Hermans
Verslag van de avond van 30 maart Temporal Coherence
Op de avond in maart waren Hans van Maanen en Ton Nahuijsen van Temporal Coherence (www.temporalcoherence.nl) en Cris Rutgers van Hepta (www.hepta.nl) bij ons gast.
filosofie achter het ontwerp van een luidspreker
Hans begon de avond met een presentatie waarin hij de wetenschappelijke benadering voor het ontwerp van toelichtte. Deze benadering is gebruikt voor het ontwerp en de bouw van de Pasithea luidsprekers die hij na zijn betoog ons als eerste liet horen. Het voert te ver om alle aspecten die aan de orde kwamen in dit verslag te behandelen. Ik noem met name de volgende:
- tijdgedrag. Een goed tijdgedrag betekent dat een luidspreker een gesloten kast moet zijn. Hierbij moeten de units fase-lineair in de kast zijn geplaatst. Ook moet het scheidingsfilter kloppen.
- afstraalgedrag. Een dipool heeft in de ogen van Hans van Maanen de voorkeur boven een conventionele luidspreker waarbij het geluid van één kant afstraalt. Een goed afstraalgedrag houdt onder meer in dat bundeling wordt vermeden. Een brede baffle zorgt voor voldoende midlaag bij de Pasthea luidspreker. Bij het hoog is gekozen voor een tweede tweeter aan de achterkant.
Andere aspecten die van belang zijn, zijn de kwaliteit van het scheidingsfilter, het stereobeeld, de diepte en detaillering het geluid.
Hans vindt dat de interactie tussen de luidspreker en versterker zoveel mogelijk Ohms moet verlopen, omdat een versterker anders te zwaar wordt belast. Het rechttrekken van de impedantiecurves in de luidsprekers levert volgens Hans veel meer op dan het achterwege laten ervan en vervolgens van de versterkerfabrikant te verwachten een versterker te maken die hiermee overweg kan. Ondanks de theorie is een luistertest nog steeds heel erg belangrijk. Het hoeft geen betoog dat de Pasithea luidsprekers dus makkelijk zijn aan te sturen.
Vervolgens gaf Hans een korte toelichting op de Hepta Superior Orator luidspreker, die de dezelfde units heeft. Voor het laag zijn er twee woofers zijn toegepast in een gesloten kast. Ook voor de Hepta zijn dezelfde filtercriteria gebruikt als voor de Pasithea. Ook de Hepta luidspreker gingen we beluisteren. Een overzicht van de gehele set staat in foto 3.
Hoe klonken de Pasithea en de Hepta Superior Orator luidsprekers?
En dan muziek! We hoorden Judy Collins met Amazing Grace op de semi-actieve Pasithea. Wat opviel is de afwezigheid van een resonerend hoog. Het klonk niet verkeerd. Een lid merkte op dat deze opname wel erg veel galm heeft waardoor we de zojuist besproken eigenschappen van het filter niet goed kunnen beoordelen. Volgens Hans is dat geen probleem omdat de impuls in het directe geluid zit en niet in de galm. Vervolgens luisterden we naar Gordon Lightfoot met Me and Bobby Mcgee, Billy Joel met Two Thousand Years, Paquito d’Rivera met Siboney (op sacd) en Erich Kunzel en het Cincinnati pops orchestra met Children Will Listen. Het deel voor de pauze sloten we af met Dire Straits met Brothers in Arms.
Na de pauze luisterden we naar de (volledig passieve) Hepta Superior Orator. We begonnen met The Eagles met Hotel California. De Orator klonk levendiger en dynamischer dan de Pasithea luidspreker. Het is belangrijk om te verwijzen naar het artikel in op de website www.hifi.nl, dat lovend is over de Pasithea (Review Temporal Coherence Pasithea tijdcorrecte dipool (hifi.nl)). Het is niet duidelijk waarom de Pasithea luidspreker op de avond in maart niet beter uit de verf kwam.
Bij de Hepta viel op dat het geluid niet goed loskwam van de luidsprekers, wat bij de Pasithea’s wel het geval was. Deze verschillen vielen op bij het luisteren naar John Williams, Anne Sophie Mutter en Vienna Philharmonic met Raider’s March(filmmuziek van Raiders of the Lost Ark), The King’s Singers met When I Am Sixty-Four, Amethysts met IO4 Dffclt Challenge, Arne Domnerus met Take Five van Jazz at the Pawn Shop. Ook luisterden we naar Guem met het nummer Le Serpent van het album Percussions en naar Concerto for Orchestra IV door Atlanta Symphony Orchestra gedirigeerd door Robert Spano.
Aanvulling op het verslag van de avond van 30 maart Temporal Coherence
Na afloop van de avond met Temporal Coherence in maart hoorde het bestuur dat we mogelijk te kritisch waren over de Pasithea luidspreker van Hans van Maanen. Na een overleg besloten we dat Ruud Boelen, bestuurslid van de AVMN, contact zou opnemen met Hans van Maanen om duidelijkheid te krijgen. In overleg met Hans van Maanen is besloten om de e-mailwisseling volledig weer te geven, zodat er geen onduidelijkheid is of ontstaat.
Beste Ruud,
Om een bekend spreekwoord aan te halen ‘er is nog nooit een kok gevonden die kan koken naar alle monden’ en omdat audio-systemen
ALTIJD een compromis zijn, zal ieder systeem een ander compromis zijn. En dan is het logisch dat iemand voor het ene compromis kiest,
een ander voor een ander. Het dipool-systeem heeft als voordeel dat het een mooiere ruimtelijke weergave geeft dan de paneel-luidsprekers,
maar als nadeel dat het ‘pompvermogen’ in het laag duidelijk minder is. Dus in een grote ruimte is dat een nadeel dat zich laat voelen,
omdat dan een orkestwerk niet goed tot zijn recht kan komen. Kortom, om systemen echt goed te kunnen vergelijken is meer nodig dan
een demo van een paar uur. En dan nog blijft het een subjectief oordeel, dat sterk afhangt van welk compromis door een luisteraar wordt
gekozen. Waarbij -naar mijn mening- alleen zaken als als artefacten meer objectief kunnen zijn.
Dit in het achterhoofd houdend heb ik geen moeite met het verkondigen met ieders mening, wel probeer ik altijd te achterhalen waarom
iemand die mening heeft. Want iedere mening is gebaseerd op een waarneming en daar kan belangrijke informatie in verscholen zitten.
Door hier aandacht aan te geven kun je interessante aspecten op het spoor komen (en dat hebben in het verleden meermaals meegemaakt!)
dus is het dom om dit zonder verder nadenken terzijde te schuiven. Daarom hebben wij jouw opmerkingen ook niet als kwetsend of afbrekend
ervaren. Anderzijds zien we het evenmin als de enige ‘waarheid’, daarvoor is audio nog veel te ver verwijderd van de realiteit…..
Ik hoop hiermee onze ervaring verduidelijkt te hebben, de avond bij de AVMN was ook voor ons interessant en leerzaam. Mocht er nog een
verslag gemaakt worden, dan houden wij ons aanbevolen om dit ook te ontvangen.
Met hartelijke groet
Hans van Maanen
Verslag van de avond van 20 april SoundImports
Deze avond was het team van Sound Imports uit Groningen onze gast. Van SoundImports waren Rick, Eelco en Jan aanwezig. Het is voor hen de eerste keer dat zij demonstreren. De Nederlandse webshop www.SoundImports.eu vat op door de enorme hoeveelheid audio en zelfbouwaudio-producten, waarvan de meeste op voorraad zijn. Enkele leden zijn bekend met de webshop. Ikzelf wil wel wat artikelen via de site bestellen.
We startten met een intro over het bedrijf en daarna waren de versterkers aan de beurt. Het bedrijf is de laatste 5 jaar sterk gegroeid. De EU is belangrijkste markt. Tachtig procent van hun producten is bestemd voor de export. Bij het bedrijf werken 12 mensen. Ze verkopen veel voor de zelfbouwaudio.
Soundimport is als een studentenbedrijf begonnen. Ze zijn gegroeid van 1 fte naar 12 fte en van 13 m2 naar 1200 m2magazijnoppervlak. En dat in 8 jaar! Inmiddels verkoopt het bedrijf meer dan 5000 producten. Ze richten zich zowel op de consumentenmarkt als de zakelijke markt. Het bedrijf heeft de grootste voorraad van vergelijkbare bedrijven in Europa. De klantenservice staat bij hen hoog in het vaandel.
De versterkers en hoe klonken die?
Vanavond luisterden we naar de Soundimpress versterkers, die in december 2022 zijn geïntroduceerd. Afhankelijk van het type, zijn deversterkers voorzien van versterkermodules van Hypex, Purify-Audio en Ice power. Door de huidige chiptekorten kon SoundImport helaas de Hypex Nilai versterker niet demonstreren. Gelukkig was de Purify-Audio Eigentakt versterker wel van de partij. Als DAC en voorversterker was de SMSL SU-10 beschikbaar.

Foto: Een overzicht van de specificaties van de Hypex NC252mp stereo eindversterker
De stereo eindversterker: SoundImpress HY252-2CH https://www.soundimports.eu/nl/soundimpress-hy252-2ch.html is een op de Hypex NC252mp module gebaseerde versterker. Het betreft een NCore stereo versterker met geïntegreerde voeding op 1 print. Op foto 2 staat een impressie van de eigenschappen.
Het eerste nummer waar we naar luisterden was Kid Charlemagne van Steely Dan van het album The Royal Scam. Mmmm, dat klonk niet zo goed en dat vond de zaal ook. Wat er verkeerd aan klonk, weet ik niet (mogelijk ligt de oorzaak in de rip van het bestand. Vervolgens luisterden we naar Stevie Ray Vaughan met Tin Pan Alley. Dit klonk veel beter dan Steely Dan. Het was niet meer blikkerig en klonk vol. Daarna was Enya met Shepherd Moons aan de beurt. Ook dit leek toch wat minder goed te klinken. Dit is opmerkelijk, want Enya besteedt wel aandacht aan haar opnames. Barb Jungr met Love Letters Straight From Your Heart en Eric Clapton met They Call Me the Breeze volgden voor de pauze.
Na de pauze was het de beurt van de SoundImpress PU 500 mono eindversterkers https://www.soundimports.eu/nl/soundimpress-pu500-1ch.html Deze versterker bestaat uit Hypex voeding met de nieuwste Purify-Audio 1ET7040SA EVAL3 versterkerunit. Deze EVAL2 levert minder vermogen dan de EVAL3 unit. De vermogens zijn. bij 8, 4 en 2 Ohm 227/250, 450/500 en 425/950Watt voor respectievelijk de EVAL 2 en EVAL 3 units.
We luisterden achtereenvolgens naar Bob Dylan met Man in the Long Black Coat. Dat klonk een stuk beter, dan de HY252-2CH stereo versterker! Dit is niet verwonderlijk, gezien het prijsverschil. Vervolgens luisterden we naar Yoshi Harikawa met Bubbles, Boz Scaggs met Thanks to You en tot slot naar Tan Dun, Yo-Yo Ma, Chen Xie-Yang, David Cossin, Shanghai National Orchestra met Crouching Tiger Hidden Dragon.
De Purify mono eindversterkers klinken duidelijk anders dan de HY252-2CH stereo versterker; de detaillering en controle zijn veel beter van de HY252-2CH. Ook werd je meer betrokken bij de muziek. Om deze mono eindversterkers te vergelijken met stereo eindversterker luisterden we nogmaals naar Stevie Ray Vaughan. Rick was onder de indruk van wat de kleine Guru luidsprekers konden neerzetten (inclusief de laagweergave!). Rick zelf vond dat het beter klonk dan voor de pauze en was benieuwd naar onze mening. De reacties uit de zaal waren: veel meer details, meer ontspannen en helderder hoog, meer attack en prachtig.
Misschien was het niet iedereen opgevallen maar de hogere feedback van de Purify ten opzichte van de Hypex NC 400 (waarmee voor de pauze werd gedemonstreerd) en NC252mp is een verademing. Het resultaat was: minder korrelig in het hoog. De Gurus profiteerden duidelijk van de vermogenstoename en lieten de verschillen duidelijk horen. De ferrietkernvervorming van de uitgangsfilter in de nCore ontwerpen is beter onderdrukt in het Purify ontwerp.
En last but not least, de Guro junior luidsprekers!
Ook dankzij de Guru Audio Junior luidsprekers van Marcel hadden we een mooie avond. Met deze luidsprekers werden de versterkers gedemonstreerd. Marcel bood gelukkig ook op de avond weer een helpende hand. De luidsprekers waren geplaatst op 100 cm hoge Atacama Nexus-i voeten zonder zandvulling. De bekabeling van de luidsprekers is een gevlochten ‘no name’ 12TC (zie foto 3) uit China met banaan aan de versterkerkant kant en bi-wire aan de speakerkant. (Kimber 12TC cloon). Het mains filter was de Audioquest Niagara 1200 met Furutech FP-3TS20 Power Cable met WattGate 390i AG Silver Audio Grade Schuko Power Plug en WattGate 350i AG Silver Audio Grade IEC. De eindversterkers werden aangesloten op de high power uitgang en de overige apparatuur op de gefilterde uitgangen van het filter.
Het aansluiten van de luidsprekerkabel op de versterker gaf enige problemen, waardoor de avond wat later begon. De WBT 0765 luidsprekerterminals met plastic kortsluitbeveiliging, die is bedoeld voor banaan-, spade- en een ‘kale ’ kabelaansluiting accepteert hadden “moeite” met de 12 paar draden in de luidsprekerkabel. Hoewel Soundimports een kabel bij zich had kon deze niet op de Guru’s worden aangesloten door het ontbreken van banaanstekkers.

Foto: De bedrading van de luidspreker kabel (bron: www.audioadvisor.com)
De afsluiting van de avond
Rick vroeg ons of er behoefte is aan een integratie met DSP en/of streaming. De reactie vanuit zaal was: graag een module die je erin kunt zetten. Losse units zijn mogelijk beter. Zo kun je eigen keuzes maken. Mensen die in dit segment spullen kopen willen graag losse units kopen. Een andere streamer aanschaffen betekent dan niet automatisch dat dan ook een andere versterker moet worden aangeschaft.
SoundImports liet ons weten dat gedurende een maand het mogelijk us om voor 5% korting apparatuur bij hen aan te schaffen. We eindigden met Hotel California van The Eagles.
Marcel Hermans

Figuur: Een overzicht van de set: Temporal Coherence PA 080 eindversterker, stuurversterker CA 020 en Pasithea en de Hepta Superior Orator luidspreker; bronnen: T+A 8 D/A converter en Technics SL-G 700 MK2 SACD speler en luidsprekerkabel Tellurium Q Ultra Blue
Marcel Hermans
Verslag van de avond van 25 mei Big Boys Audio Toys
Ramon Dooijewaard vertelde over het ontstaan van zijn rol in het bedrijf Big Boys Audio Toys (BBAT). Ramon ontmoette Robert van BBAT, die luidsprekers meenam uit Zweden, waarin Ramon was geïnteresseerd. Tijdens gesprek ontstond het idee om het bedrijf BBAT verder uit te breiden. Het bedrijf BBAT is dealer van een aantal merken (zie hun website).

Foto 2: een overzicht van de set van BBAT
BBAT voert onder meer PMC en Mola als merken. Voor de avond in mei had Ramon de MolaMola Tambaqui dac, de Fact 12 Signature PMC luidsprekers meegenomen De bekabeling was van Furutech. Als buizenvoor- en buizeneindversterker van Conrad Johnson werden respectievelijk de ETC6 is vv en de 120 is ev gebruikt. De Farad streamer werd via de smartphone bediend. De Mola Mola werd als Dac gebruikt. Ramon gebruikte Tidal als streamingsdienst (zie foto 2 voor een impressie van de set).
Na de inleiding door Ramon luisterden we naar Chris Jones met No Sanctuary Here. Vervolgens was Maaike Ouboter met Smooraan de beurt. Wat opviel was dat het geluid niet optimaal was. De balans is de muziek is niet goed. Vooral de stemmen in de muziek lagen helemaal rechts in het geluidsbeeld. Na omdraaien van de luidspreker kabels stonden met name de stemmen links. Ramon besloot om ons het nummer Le Temps Passé van Michel Jonasz te laten horen. Het laag is nu minder boemerig en traag. De stem van zanger klinkt goed. De set klinkt muzikaal; niet scherp, maar een vol geluid. Bij een volgend nummer was de kwaliteit van het geluid helaas weer minder. Stevie Ray Vaughan met Tin Pan Alley klonk wat versluierd in het hoog. De attack van de gitaar ontbreekt ook. Er is een probleem met de set. Het klinkt dof en niet dynamisch. Na het omdraaien van de luidsprekerkabels trok het geluid weer naar rechts.
Ramon besloot een pauze in te lassen. Hij was zelf ontevreden over de kwaliteit van de weergave van de muziek. Dit moet ook in zijn ogen veel beter kunnen met een set die bestaat uit gerenommeerde merken.
De voorversterker was er na de pauze tussen uitgehaald. De Mola Mola werd nu ook als voorversterker gebruikt. We starten met John Lee Hooker met Cover the Water Front. De weergave van de muziek was veel beter dan voor de pauze. Het geluid was niet meer dof en klonk veel dynamischer. Ook het mid-hoog was veel beter. Voorin in de zaal leek het geluid wat naar rechts te neigen in het geluidsbeeld, maar achterin de zaal was de plaatsing goed. Vervolgens luisterden we naar Yello met Rush for Joe. Wederom was de weergave van de muziek veel beter: helder en dynamisch. Het geluidsbeeld was ook goed. Nu was de beurt aan Joji Hirota met Pageant en daarna aan Mighty Sam mcClain met Give It Up to Love.
We luisterden naar Peter Gabriel met Heroes. Het geluidsbeeld lijkt wel wat dicht te lopen, maar dat kan ook aan de opname liggen. Tina Turner met Foreign Affair klonk wat scherp; ook leken de instrumenten niet los te staan van elkaar (was het de opnamekwaliteit?). Ramon vervolgde zijn avond met Eric Bibb met L.A. Jen Chapin & Rosseta Trio met You Haven’t Done Nothin’, daarna was het de beurt aan Jan Akkerman met Prima Donna; Arne Domnerus met Limehouse Blues; Eric Clapton met River of Tears; en London Grammar met Hey Now.
Al met al een was het een avond met een hele mooie set, die door wat pech niet makkelijk uit de muzikale startblokken kwam. We willen Ramon hartelijk bedanken voor de moeite die hij deed om de problemen op te lossen. We spreken hiervoor onze waardering uit.
Na afloop van de avond liet Ramon ons het volgende weten. De Tambaqui heeft in de dac modus een balance-regeling en die stond niet zuiver in het midden. Nadat we de Tambaqui als voorversterker hadden ingezet, stond de balance wel zuiver en was het probleem opgelost.
Hans van de Vis
Verslag van de avond van 29 juni: SERVI Q
Vaak is het geluid van de huidige “platte” tv’s verre van optimaal. Het is bekend dat een combinatie van goed geluid en een mooi beeld je echt wat kan doen. De vraag is dan ook hoe het geluid en geluidsbeeld van een “platte” tv beter kunnen. Henk Geurtsen van SERVI Q wilde dat ons op de avond in juni laten horen. Hij verzorgde voor ons een avond met “muziek en beeld”. Zijn doel was om op verschillende manier te demonstreren hoe je je tv-geluid kunt optimaliseren.
Henk nam de volgende producten mee (zie foto 1):
Elac IS-AMP340 3.1 versterker (3 maal 40 W klasse D),
Elac Vertex III SB-VJ41S passieve soundbar,
Elac Vertex III inbouwluidsprekers (L,R,C),

Foto: Elac 3 subwoofer uit de Varro-serie.
Voor het verbeteren van het geluid is een eenvoudige oplossing het toepassen van een (passieve) soundbar. De inhoud van de soundbar bestaat uit een combinatie van een centerspreker, en een linker en rechter luidspreker aangestuurd door de Elac 3.1 versterker, in combinatie met de actieve subwoofer.
Een duurdere en betere optie is het vervangen van de soundbar door een los centerkanaal aangevuld met losse luidsprekers voor het linker en rechter kanaal. Wederom gecombineerd met de subwoofer en aangestuurd door de 3.1 versterker. De hiervoor gebruikte Elac cinema luidsprekers zijn bedoeld om in een holle (voorzet)wand ingebouwd te worden.
Op deze avond in juni liet Henk ons de verschillen horen. De demo werd gestart met de soundbar en sub op de 3.1 versterker, die via een App te bedienen is
Met behulp van de App is ook de aard van de weergave van de muziek in te stellen (music, movie of..). Het geluid van de sub-woofer is eveneens in te regelen met behulp van de App.
We startten met het stuk To Love Somebody dat deel uitmaakt van het album een tribute to The Bee Gees. De stemmen klonken goed. De muziek had een flink fundament. We gingen verder met een stuk van Amy Macdonald met orkest. Vervolgens luisterden we naar de Havasi Symphonic Arena Show (Afrikaanse muziek) met Circle of Life. De stemmen klonken helder en de tekst was goed verstaanbaar. Scherpte in het geluid ontbrak. Ik vond het geluid wat aan de zware kant, maar dat kan aan de opnames liggen of de iets te royaal afgestelde subwoofer.
Vervolgens was het de beurt aan het andere systeem: de in-wall luidsprekers (links, rechts en center) en een sub-woofer. We begonnen met The Circle of life. Direct viel de toegenomen rust in de weergave van de stemmen op. Ook de balans in het geluid was beter. Bovendien was de stem van de zanger minder nadrukkelijk aanwezig. Volgens een aantal van de leden kon de homogeniteit van het geluid beter. Wat zeker een rol speelde was dat we naar YouTube luisterden en keken: MP3 geluidskwaliteit dus. Helaas konden we geen audio van een hogere kwaliteit op de avond laten horen, omdat dat blu ray-/dvd-speler om een onduidelijke reden niet kon worden aangesloten.
We gingen verder met Ilse de Lange met I Still Cry Sometimes, en vervolgens met Candy Dulfer met Strassbourgh San Deni. In dit laatste stuk vond ik de balans in het geluid wel beter; minder gedreun. Maar de hoorn klinkt wat afstandelijk en niet erg dynamisch.
Op een verzoek uit de zaal luisterden we nu een vleugel. We hoorden een stuk van Chopin: Nocturne C mineur. Helaas zat er een wat scherpe metalige klank aan het geluid, dat had ongetwijfeld met MP3 te maken. Vervolgens hoorden we Kensington met Charted met ondersteuning van een orkest (Amstel Live).
We sloten de avond af met de volgende combinaties van beeld en muziek:
- Cold Play met The Scientist
- John Mayall and the Blues Breakers met So Many Roads (Live in Montreux)
- Chasing Cars door Snow Patrol.
- In een uitzending van The Voice hoorden we The Scientist op viool en met zang
- Keali’i Reichel met Ka ’Ano’i Pua
- Tribute to Led Zeppelin door Heart met Stairway to Heaven
- Anna Lapwood met Chevaliers de Sangreal (theme from the Da Vinci Code),
- Procol Harem met Whiter Shade of Pale met orkest.
- muziek van Haeven en daarna van The Eagles.
Goed geluid en beeld van hoge kwaliteit beeld zijn altijd indrukwekkend. Het is jammer dat de apparatuur van Elac niet tot zijn recht kwam, omdat de blu ray-/dvd-speler niet kon worden aangesloten. Desondanks was wel een avond die de moeite waard was dankzii combinatie van beeld en geluid. Ook werd duidelijk dat er vele muziekfilmpjes op YouTube te vinden zijn, die het bekijken en beluisteren waard zijn.
Hans van de Vis en Ron Hoogerwerf
Verslag 31 augustus: Erwin van den Berg samen met leden van de AVMN
Gecorrigeerd verslag 31 augustus: Erwin van den Berg samen met leden van de AVMN

Foto: De Novum Dac
Op de avond van 31 augustus stond de dac van het bedrijf Novum Audio Engineering centraal, de Novum Dac (foto 2).
Erwin van den Berg en Hans Satink zijn beiden geestelijk vader van de dac. We zijn heel benieuwd hoe die klinkt en
wat de filosofie is achter het ontwerp. Het resterende deel van de avond wordt verzorgd door Hans Pijper die, samen
met Gerard Janssen, ook een dac heeft gebouwd.
Hans Pijper had zijn RelaiXed voorversterker en de eindversterker (prototype CA versterker, gebouwd door een lid van
het Zelfbouw audio forum met een 2x LM4780 chip) meegenomen. De opstelling bestond verder uit de Novum Dac
waarbij de Logitech Squeezebox Touch diende als server, en de weergevers waren de Dali Rubicon 2 van Jaap Burger.
Daarnaast had HansP zijn en van Gerard Janssen, gebouwde Pure Dac meegenomen, die uiteindelijk niet bleek te
werken door een verkeerde instelling in deze setting. De server was een zelfgebouwde opzet met een Mini ITX opzet
waar Roon op draaide, samen met ethernet switch van Netgear.
Maar eerst kwam de filosofie achter de Novum Dac aan bod. Naar de mening van Erwin van den Berg en Hans Satink is
het nodig om terug te gaan naar de basis; een ladder dac zonder upsampling; een multibit dac zoals oorspronkelijk
door Philips gemaakt. Veel dacs gebruiken tegenwoordig upsampling en dat kunnen ook nog 1 of 3-bits systemen zijn.
Maar een upsampeling loze multibitter is wel ‘old-school’, maar heeft de voorkeur van Erwin en HansS.
Uiteraard is er wel gebruik gemaakt van tal van recentere ontwikkelingen. De basis is de FPGA chip die is
geprogrammeerd door Erwin (deze laatste is mogelijk inmiddels variant nummer 100!). HansS heeft alle hardware
gemaakt, printplaten, 3 voedingen en klok. Aanvankelijk was er zelfs geen uitgangstrap in de dac aanwezig, maar al
snel bleek dat de dac zonder die met een andere versterker niet goed klonk. Daarom besloten Erwin en Hans er toch
maar eentje in te zetten, ook al verlies je iets van de magie. Het signaal dat van de server binnenkomt is optisch; er is
dus een Toslink ingang om een galvanische scheiding te bereiken. Er is eerst ook nog met upsampling gewerkt, maar
meerdere luistersessies toonden aan dat het overbodig was. Voordat de dac in gebruik wordt genomen, moeten de
weerstanden van de ladder gekalibreerd worden. Hierdoor klinkt elke Novum Dac precies hetzelfde als zijn broertjes
en zusjes . De Roon server werd door Erwin tijdens zijn demo niet gebruikt.
Het zal geen verassing zijn dat Erwin en Hans vinden dat een multibit dac, dat cd-format data in muziek omzet, een
goede oplossing is.
Tijd om te luisteren naar de Novum DAC!
Na deze toelichting draaide Erwin de volgende muziek voor ons:
Jim Tomlinson met So Nice van het album Brazilian Sketches
Marianne Leporace met Bizarre Love Triangle van het album Acustico
Annette Asvik met Liberty van het album Liberty
Abigail Lapell met Scarlet Fever van het album Stolen Time
The James Blood Ulmer Experience met Crying (Live) van het album Live at the Bayerische Hof
Panthan met Falling Majesties van het album Mesmerism
St. Albans Cathedral Choir conducted by Andrew Lucas met Ecce Sacerdos Magnus, WAB 13 van de componist
Bruckner van het album Bruckner Motets
Eva Cassidy met Songbird van het album Eva by Heart
Anour Brahem met The Astounding Eyes of Rita van het album The Astounding Eyes of Rita
Eric Clapton met River of Tears van het album Pilgrim.
Wat opviel dat het geluid ruimtelijk klonk, zonder een duidelijk hoorbare vorm van versmering, en zeker niet scherp of
dreunend. Met heel veel precisie en een sterke impuls weergave. Kortom een hele natuurlijke en daardoor mooie
weergave van de muziekstukken. De plaatsing is goed en de stukken klonken als 1 geheel. De muziek klinkt levensecht
en bijzonder mooi. Waarschijnlijk werd er daarom ademloos geluisterd.
Na het nummer van Eric Clapton nam Hans Pijper het stokje van Erwin over. De bedoeling was om de verschillen
tussen de Novem Dac en de Pure Dac te laten horen, maar dat ging helaas mis door de aansturing via de ROON server.
Het alternatief was dus de Novum Dac tevoeden met muziek Qobuz met behulp van ROON. Hierbij konden mensen
vragen om verzoeknummers. Hans P maakte nu wel een koppeling met internet en dat scheelde naar zijn mening
toch wel in de kwaliteit van de weergave.
We luisterden naar:
Mari Boine met Gula Gula van het album Eallin
Mari Boine & Bugge Wesseltoft met Elle van het album Amame
Talking Heads met Slippery People van het album Speaking Tongues
David Lanz met A Whiter Shade of Pale van het album Cristofori’s Dream.. Re-experienced
Sivert Høyem met Blown Away van het album Long Slow Distance
Kyiv Chamber Choir met Cherubic Hymn van het album Archbishop Ionafan. Liturgy of Peace (The Mass)
Sting met Fragile van het album My Songs Live.
Het was helaas niet mogelijk om beide dacs met elkaar te vergelijken. Maar we kregen wel de kans om de goed
klinkende Novemm dac op twee verschillende manieren te horen en dat was zeker de moeite waard!
Hans van de Vis en Ron Hoogerwerf
Verslag van de avond van 28 september: George Stolk
De aanleiding:
Het laatste project van George is de bouw van een Pure DSD dac. Deze DSD dac is ontstaan in het gremium DIY-Audio
en ontsproten aan het brein van Jussi Laako van HQ Player: https://www.diyaudio.com/community/threads/signalyst-
dsc1.254935/. Zoals je in het heeeeele lange draadje kunt lezen is het project uiteindelijk opgepakt door Pavel (PPY),
die daar een gebalanceerde versie van heeft gemaakt. Jeroen van Daudio heeft dat verhaal een tijdje geleden
opgepakt en heeft de DSCv2.6.2 gebouwd: https://zelfbouwaudio.nl/forum/viewtopic.php?p=2047564#p2047564.
Dat heeft George getriggerd. Hij heeft de dac beluisterd bij Jeroen en was gelijk om.
De Pure Dac:
De Pure Dac is een zuivere DSD dac en dat betekent dat die in principe alleen DSD format (SACD) afspeelt. Er is dus
een conversie nodig van PCM naar DSD. Daar zijn verschillende manieren voor en George vindt dat de HQ Player de
mooiste manier is om dit te doen. Tijdens de avond liet George ons zien welke verschillende mogelijkheden er zijn in
het omzetten van digitaal naar analoog en waarom filteren hiervoor nodig is.
De set:
Ook draaide George muziek met de Pure Dac als bron. (Foto 3) Naast deze dac bestond de set van George uit Audionet
eindversterkers en zijn KEF 104/2 luidsprekers (foto 4).

Foto: De Pure Dac

Foto: Audionet eindversterkers en KEF 104/2 luidsprekers
Technisch informatie over de Pure Dac en hoe klinkt het
George trapte zijn presentatie af met informatie over de DSCv2.6.2 dac van Jeroen. Het geluidsbeeld van die dac is
preciezer dan hij tot dan toe had gehoord. Hij hoorde een opname van hoe knikkers stuiterden. George kon precies
horen waar ze vielen en dat was indrukwekkend. Vervolgens zijn George en Jeroen aan de slag gegaan om een betere
versie van de dac te bouwen. Zij hebben onder meer een betere klok (femto) gebruikt, de routing van de printplaat is
verfijnd en zij hebben betere stroomcircuits geplaatst in de dac. Het kwam er op neer dat George en Jeroen de dac
echt hebben afgemaakt.
Om goed te begrijpen hoe de Pure Dac functioneert ging George in op de verschillen tussen een PCM en een DSD
signaal. Bij PCM wordt een analoog signaal 44100 maal per seconde gesampled en bij DSD is dit anders. Een DSD is
een 1 bit signaal en wordt sample-frequentie met een factor 64 verhoogd, vergeleken met een PCM signaal (zie foto 5)
en dat wordt gebruikt voor SACD.

Foto: PCM vs. DSD signaal
Maar een factor 64 is naar de mening van George niet voldoende. Hij wil een factor 4 hoger, omdat de weergave van
de muziek dan nauwkeuriger wordt. Het is mogelijk om nog een factor 4 hoger te gaan, maar George heeft besloten
dat niet te doen. Hij is tevreden met een factor 256.
George laat een schema zien hoe een dac chip is opgebouwd. Als er geen volumeregeling is dan heb je in feite in de
meeste gevallen te maken met een DSD dac. Als je krachtige pc gebruikt heb je meer rekenkracht om in te zetten.
Voor de omzetting van PCM (cd-format) naar 256 DSD gebruikt hij een speciale computer, omdat die meer
rekenkracht heeft dan alleen een chip, die die omzetting ook kan verzorgen. Hiervoor gebruikt hij een computer met
een Xeon processor. De HQ player software die George gebruikt converteert het signaal naar DSD en heeft veel
filterinstellingen. Het is naar je eigen smaak in te stellen.
Na deze uitleg gingen we verder met muziek en luisterden naar:
Nils Lofgren met Keith Don’t Go
Dire Straits met You and Your Friend.
Wat viel op in de weergave van deze muziek? Het klinkt zeer gedetailleerd en het geluidsbeeld is erg goed. Deze dac
komt dichter bij een elpee dan een standaard dac. Het gaat bij de omzetting van PCM naar 256 DSD om interpolatie en
zo probeer je zo dicht mogelijk bij het signaal te komen van de opname. Bij de omzetting van de opname naar cd-
format wordt data weggegooid, omdat het een 16 bit met 44,1 kH sample rate format is dat op de cd staat.
We gingen vervolgens verder met de volgende muziek:
London Grammar met Hey Now
Mighty Sam McClain met I’m Tired of These Blues.
De leden spreken hun waardering uit voor de manier waarop George met de bouw van audiocomponenten bezig is en
de manier waarop hij de ingewikkelde materie uitlegt. George reageert hierop met dat hij veel opzoekt, leert van hoe
anderen iets ontwerpen. Vervolgens gaat George wat verder in op het ontwerp van de Pure Dac. De dac beschikt over
twee aparte stroombronnen. Bij elke klok zit een aparte spanningsregelaar, die zeer ruisarm zijn.
George liet ons ook een internetfilmpje zien, waarin wordt uitgelegd hoe een signaal wordt gedigitaliseerd. Aan de
hand van een blokgolf wordt dit verder toegelicht in het filmpje. Duidelijk is dat de samplefrequentie bepaalt hoe
nauwkeurig je kunt rekenen. Het gebruikt van filter zorgt voor een rimpeling op het signaal.
George sloot de avond af met de volgende muziek:
Diana Krall met Temptation
Eagles met Desperado.
De aanwezige leden hadden een interessante en mooie avond gehad. George dank hiervoor!
Hans van de Vis
Verslag van de avond van 26 oktober: Arie Kant, Kees Bongers en Hans van Eijsden
Arie trapte de avond af met informatie over het geplande bezoek aan het grammofoonmuseum. Hij vertelde ons over de tin foil fonograaf. Hiermee maakte Edison de eerste geluidsopname. De volgende stap was de fonograaf met een wasrol en dat was een verbetering. Onze interesse was gewekt. Als je meer wilt weten, bezoek dan de website van het grammofoonmuseum in Nieuwleusen. Als je je opgeeft, kun je het museum kosteloos bezoeken. Biokal, het bedrijf van Arie, betaalt het bezoek van de leden.
In een e-mailbericht na afloop van de avond in oktober is nadere informatie bekend gemaakt over het museumbezoek.
Arie gaf een korte toelichting op de set waar hij mee demonstreerde. Er stonden monoblokken van Audionet, een Audionet DSP netwerkspeler, die als dac-voorversterker werd gebruikt, een Mac mini met een digitale interface en een externe klok en voeding. Een overzicht is te zien in foto 2. De speaker is geen Xanadu speaker, maar de behuizing is wel gebouwd door Age van der Woud en draagt daarom dit label. In de speaker van Arie zitten andere filters en bekabeling in, dan die van Age. Arie heeft de luidsprekerkabel en interlinks ook zelf gemaakt.

Foto 2: De audioset
Arie vertelde dat velen de ruimte in het geluid belangrijk vinden, maar die is ook afhankelijk van de opname. We luisterden hiervoor naar een drumstel dat op verschillende afstanden van de microfoon stond. De ruimte veranderde niet. Wat ook belangrijk is voor de beleving bij een concert is waar je gaat zitten. Het bleek dat de afstand tussen de microfoon en het drumstel een grote invloed heeft op de beleving. Vervolgens luisterden we naar een zangeres met band (Shazam gaf geen uitsluitsel over de namen). Wat Arie bij deze opname opviel was de natuurlijkheid. Hans lichtte toe dat de opname met 1 microfoon was uitgevoerd; mixen is dan niet meer mogelijk.
Vervolgens luisterden we naar een orgel en werd, door gebruik te maken van registers, een bas, violen een Franse hoorn geïmiteerd. Met een orgel is het mogelijk om een orkest weer te geven. De organist speelde de Egmond ouverture van Beethoven.
Vervolgens ging Hans in op computer-instrumenten en hij liet dit zien op het scherm; we hoorden diverse soorten muziek. We hoorden de toetsenist van onder meer Toto en Bruce Springsteen. Hij speelt op keyboard met samples van andere instrumenten (een computerinstrument). Deze manier van muziek maken zorgt ervoor dat, naar de mening van Hans, de tonen in de muziek beter van elkaar te onderscheiden zijn.
Sinds de laatste 5,5 jaar wordt van computerinstrumenten gebruik gemaakt in opnamestudio’s. Hans vermoedt dat 90% van de populaire cd’s met behulp van computerinstrumenten is opgenomen. Het betreft met name de Amerikaanse populaire muziek. Naar de mening van Arie klinkt deze muziek directer en dynamische, dan muziek opgenomen met oorspronkelijke instrumenten, zoals bv. een basgitaar en slagwerk. Hans gaf een mogelijke verklaring hiervoor; de software staat ingesteld op faseoptimalisering. De instrumenten kunnen elkaar niet uitdoven door fasedraaiing. Of je dat mooi vindt, dat is natuurlijk een kwestie van smaak.
Wat betreft het gebruik van computerinstrumenten in de muziekstudio, is in de filmindustrie de rol van de acteurs nog niet door computers overgenomen (AI, in dit geval). De zorgen van de acteurs zijn begrijpelijk, omdat ontwikkelingen op gebied van AI zich in een snel tempo voltrekken.
We luisterden naar hoe zeer bekende muziekstukken kunnen klinken op een computerinstrument; het waren korte stukken. De leden vroegen zich of hoe de enorme verschillen waarop bv. een contractbas kan worden bespeeld door de samples goed is te weer te geven. Hans meldde dat er inmiddels 1159 “verschillende contrabassen” in de software staan. Elke twee maanden komen daar 400-500 verschillende voor een instrument bij. Vanuit de zaal kwam de vraag of een goede contractbassist niet kan horen of je luistert naar een computerinstrument en niet naar het oorspronkelijke instrument. Vooralsnog was daar geen antwoord op te geven.
We luisterden naar Tony Cuchetti met I Never Knew. Het is mogelijk om ongewenste pieken en dalen in het frequentiespectrum tijdens de weergave van de muziek met behulp van software te corrigeren. Dat was op de avond niet gedaan. Arie meldde dat hij dat thuis wel doet, omdat het beter klinkt. Desondanks heeft hij wel wat twijfels, omdat het geluid is gemanipuleerd. Vervolgens luisterden we naar muziek die analoog is opgenomen. Het is muziek van Ray LaMontage en het nummer is Highway to the Sun. Het muzieksignaal is herhaalde malen door de apparatuur gestuurd in de opnamestudio waardoor er wel een en ander is veranderd en niet altijd ten goede. Maar zowel Hans als Arie vinden dat het resultaat lekker klinkt. Hierna beluisterden we Skinny Love van Birdy.
Ook besprak Arie dat Hans de wens had om een luidspreker door Arie te laten bouwen die beter is dan die waarmee vanavond werd gedemonstreerd. Het ging Hans om meer openheid en definitie. En natuurlijk kon dat. (NB. er is niets mis met de luidspreker op deze avond; hij klinkt prima.) Er zit een Acuton midrange unit met een ferrietmagneet in de luidspreker, waarmee werd gedemonstreerd. Maar er is een betere unit van Acuton en dat geldt ook voor de woofer. Door gebruik te maken van een neodynium magneet in de units verbetert de openheid.
Arie vertelde ook dat het belangrijk is om een luidspreker bij de bouw ervan niet zo afstellen dat de fouten eruit zijn gehaald (bv. geen staande golf in de kast). Dit leidt er nl. toe dat de luidspreker doods gaat klinken. Het dus belangrijk om een bepaalde mate van fouten voor lief te nemen. Het is wel mogelijk om de staande golf van 163 Hz, die in deze kast kan voorkomen, er met een digitaal filter uit te halen, dan klinkt de speaker beter.
We gingen verder met Midnight Choir met Gypsy Rider, naar het stuk Recuerdos de la Alhambra, dat is bewerkt voor strijkers, en ook naar Anne Akiko Meyers met Spiegel im Spiegel.
Na de pauze gingen we verder met de volgende muziek:
Father Please, uitgevoerd door Freshlyground,
Stef Bos met De Verliefden
Bob Dylan met Man in the Long Black Coat
Mickey Newbury met She Even Woke Me Up To Say Goodbye
Mercedes Sosa met Kyrie
Loreena McKennitt met Bonny Portmore (een master, dus zo dicht mogelijk bij de bron)
Tussen de muziek van Bob Dylan en die van Mickey Newbury in vertelde Arie dat hij de USB ingang van een dac niet goed vindt klinken. De reden is dat de kwaliteit van printplaat waar de USB ingang op is aangesloten onvoldoende is. Ook is zijn ervaring dat de streamer van Arie een extra master clock nodig heeft om de muziek goed te laten klinken. Ook de kwaliteit van een USB kabel doet er toe Met een betere USB kabel er is meer rust, het geluidsbeeld is beter en ook over het hele frequentiebereik in een muziekstuk is de verbetering hoorbaar.
Ook meldde Arie dat er plannen zijn om betere luidsprekers te bouwen dan die nu bij Hans staan. Het is een project dat 2-3 jaar zal duren.
Ter afsluiting van de avond liet Arie ons weten dat in zijn ogen een luidspreker bij 95 dB over het gehele frequentiebereik minder dan 1% mag vervormen. Je hebt wel gehoorbescherming nodig als je bij deze geluidsdruk metingen doet. Helaas worden meestal geen metingen gedaan bij deze geluidsdruk.
Samenvattend: de leden waren geboeid door interessante informatie, de manier waarop Arie en Hans die aan ons presenteerden en, niet te vergeten, de fraaie muziek.
Hans van de Vis
Verslag van de avond van 30 november: Metrum Acoustics
Roelof Lochmans trapte de avond af met wat achtergrond informatie over het bedrijf Metrum Acoustics. Het bedrijf is opgericht door Cees Ruitenberg. Helaas kon Cees door omstandigheden zelf niet op de avond aanwezig zijn. De merken Sonnet Digital Audio en Acelec Engineering worden sinds kort ook verkocht door Metrum Acoustics. Het bedrijf brengt iedere twee tot drie maanden een eigen nieuwbrief uit (metrumacoutistics.com).
Metrum Acoustics maakt alle apparatuur zelf in Nederland, met uitzondering van het zetwerk, poedercoaten en anodiseren. Het bedrijft geeft zo elke printplaat, elk knopje en elk frontpaneel krijgen de aandacht die nodig is. Zo willen zij de kwaliteit hoog houden.
Het bedrijf Metrum Acoustics is al jaren actief op de internationale markt van DA converters. Zij staan bekend om hun non-oversampling DACs zonder digitale filters. Hierdoor blijft het tijdsgedrag zuiver en is de plaatsing in de ruimte, de ruimte tussen instrumenten in een orkest hoorbaar beter. Het brengt een rust in de weergave van de muziek.
Wanneer oversampling wordt toegepast, krijg je tijdversmering als gevolg van digitaal filteren. Oversampling levert ook voordelen op, maar in de ogen van Roelof zijn de nadelen groter dan de voordelen. Het gevolg van filteren is pre- en post-ringing die aan het oorspronkelijke signaal zijn toegevoegd. De pre-ringing is onnatuurlijk. Het is mogelijk om die pre-ringing letterlijk na achteren te schuiven en dus onderdeel te maken van de post-ringing. Ook jitter kan verstorend werken. Bij te veel jitter is de plaatsing van de instrumenten in de ruimte niet goed meer.
Voor deze avond had Roelof de volgende apparatuur meegenomen (voor een overzicht van de elektronica zie foto 2):
Sonnet Pasithea DAC met vier dac-computers per kanaal. Deze computers doen vier maal het werk en hierdoor het laag goed onder controle. Ruis is een stochastisch proces en door meer dac modules parallel te zetten, middel je de ruis uit.
Sonnet Hermes streamer (Roon enabled); er werd die avond niet gestreamed.
Sonnet Kratos mono versterkers (50 W in klasse A)
Acelec Model 1 luidsprekers (foto 3) die zijn voorzien van een dual slope filter waardoor de speaker beter functioneert. De basreflex speakers lopen door tot ca. 45 Hz) (zie foto 3)
Cogan Hall luidsprekerkabels
TefLink interlinks
Sovereign Analysis subwoofer (200 W en gaat door tot 20 Hz). Metrum Acoustics is bezig zelf een subwoofer te ontwikkelen. Helaas veroorzaakte de subwoofer wat brom en daarom was hij voor een deel van de avond uitgezet.
Na deze uiteenzetting was het tijd voor muziek:
Dave Brubeck met Take Five
This is the Thing van Fink
Gard du Nord met Hot Glue.

Foto 2: Een overzicht van de elektronica – de Sonnet Pasithea DAC, Sonnet Hermes streamer en Sonnet Kratos mono versterkers

Foto 3: De Acelec Model 1 luidspreker
De ruimte tussen de instrumenten valt op naar de mening van Roelof. Helaas stonden de monitorspeakers wat te laag voor een optimale weergave.
Na deze muziekstukken ging Roelof verder in op technische aspecten van dacs. De Jitter die toelaatbaar is, ligt naar zijn mening in de orde van pico seconden. Bij goedkope klokken kan de jitter in het lage frequentiegebied groter zijn in het hogere frequentiegebied van het geluidsspectrum. Het is dus nodig om het hele spectrum door te meten. In de apparatuur van Metrum zit een Tent klok. Het type klok heeft invloed op de manier waarop de muziek wordt beleefd. De Hermes DAC van Metrum Acoustics heeft een schakelende voeding en dat hoeft geen probleem te geven. Het belangrijkste van een schakelende voeding is dat deze geen straling uitzendt en de voeding stabiel is. Interferentie kan een probleem zijn bij voedingen.
Vervolgens luisterden we naar:
Joe Beard met Life Without Parole
Sufjan Stevens met So You Are Tired
Balmorhea met Greyish Tapering Ash
dit nummer was niet te achterhalen met Shazam
Kilchhofer & Michael Anklin met Flor
Yosi Horikawa met Bubbles
Ghost Rider met Make us Stronger: de set kon dit complexe stuk goed aan.
We sloten de avond af met de volgende muziek:
Anne-Marie met Don’t Kill My Vibe (life)
Haevn met Let Love Tear Me Down
Gregory Porter met Hey Laura.
Al met al stond er een mooie set, die muziek maakt!
Hans van de Vis
Verslag van de avond van avond van 14 december: SoundImports
Rick van SoundImports gaf een korte toelichting op de ontwikkelingen bij SoudImports sinds de avond in april vorig jaar. Het bedrijf is van 13 naar 15 medewerkers gegroeid en ook zakelijke tak van het bedrijf is vergroot. Het bedrijf voerde eerst 4500 producten en dat zijn er nu 10 000. Ook de website voor consumenten is vernieuwd.
En nu naar de set. Op de avond in april 2022 viel Roeland op dat de Purifi Eval 2 module versterker mooi klonk. Dit bracht hem op het idee om zijn Marantz PM 14 S1 versterker te vervangen en daarom SoundImports nogmaals te vragen een demonstratie te geven. Op de avond in januari kwamen twee stereo eindversterkers aan bod, te weten de SoundImpress PU400-2CH de Hypex Nilai stereo versterker. Aan het eind van de avond wilde Roeland de keus maken welke eindversterker te kopen.
Om die keus te kunnen maken had SoudImports de volgende apparatuur meegenomen:
• SoundImpress PU400-2CH stereo eindversterker (op basis van Purifi eigentakt EVAL1 technology) (de modules van deze versterker zijn ook los te koop). Bij de Purify is de buffer uit te schakelen als je een krachtige voorversterker hebt. Er zit een buffer in zodat, onafhankelijk van het type voorversterker, deze op de Purify kan worden aangesloten.
• Hypex Nilai stereo eindversterker (de modules van deze versterker zijn ook los te koop)
• SMSL SU-10 als DAC (er zitten 8 dacs per kanaal in (dus 16 in totaal))
• SB Acoustics ARA-Be als speakers (met een beryllium dome unit en een woofer die deel bestaat uit papyrus). Hij loopt door de 45 Hz. De vlakken op de hoeken van de rechthoekige kast zitten er om diffractie te voorkomen)
• Speaker kabel – profile 79
• Speakersnap als luidsprekerdraad aansluitingen
• Dynavox power strip.
Eelco en Rick gaven een toelichting op de set, die zij hadden meegenomen. Een deel van de toelichting is tussen haakjes bovenstaand weergegeven. Eelco gaf een korte toelichting op de luidsprekers, die zijn ontworpen door ingenieurs die voorheen bij Scan-Speak werkten. Een Indonesisch bedrijf is producent van de SB Acoustics luidspreker.
Vervolgens was het tijd om de versterkers te beluisteren. We startten met de Purify (d.w.z. de SoundImpress PU400-2CH) en na de pauze was het de beurt aan de Hypex Nilai stereo versterker. Een overzicht van de specificaties van beide stereo eindversterkers is weergegeven in resp. foto 2 en foto 3.

Foto 2: De specificaties van de SoundImpress PU400-2CH stereo eindversterker

Foto 3: De specificaties van de Hypex Nilai stereo eindversterker
Om de twee eindversterkers met elkaar te kunnen vergelijken, luisterden we met beide naar de volgende muziek:
- Haeven met Throw Me a Line
- Don McLean met Vincent
- Menke met Youth
- Melody Gardot met Baby I’m a Fool.
Tussen het verwisselen van de eindversterkers vertelden Rick en Eelco wat over de Xcite luidsprekerunits, die zij hadden meegenomen. Het is een spreekspoel, die op een paneel wordt geplaatst en zo het paneel van plexiglas in trilling brengt. Met plexiglas wordt het beste resultaat bereikt. We konden dit even beluisteren tijdens de pauze.
Toen de Nilai was aangesloten, viel op dat ieder muziekstuk veel beter klonk. De stemmen waren beter, het geluid was preciezer. Voor Roeland viel met name het verschil op toen Don McLean werd gedraaid. De instrumenten klonken ook veel beter. Hij hoefde dan ook niet lang na te denken over de aanschaf; de Nilai is beste eindversterker en bovendien wat goedkoper dan de Purify!
Hans van de Vis en Ron Hoogerwerf
